Op het onverwachts vertrekken we vandaag toch weer op stap met Hlimou.
(Zohra had eigenlijk iets voor ons geregeld, maar door ziekte van de chauffeur viel dat in het water. Gelukkig is onze vertrouwde beschermengel zoals altijd paraat!)
We rijden richting Imouzzer, een bergdorp. Onze rit start om 9u en we komen uiteindelijk (een beetje moe) ter plekke aan om 14u. We maken echter verschillende prachtige tussenstops, met vergezichten die op foto geen duizendste lijken van hoe het in het echt was. We maken een breakstop om bananen te eten, we stoppen aan een winkeltje met een dakterras vanwaar er een prachtig beeld te zien is, we houden even halt om wat kamelen of prachtige bergen te kieken en af en toe moet er ook een plasje gebeuren natuurlijk (in de buitenlucht, heerlijk bevrijdend!)
Ook Imouzzer zelf is mooi, al moet men het ondertussen al een paar decennia zonder de watervallen stellen die hier vroeger een adembenemend plaatje opleverden. Door de droogte rest er enkel nog één waterplas (wel eentje van 40m diep).
We eten een lekkere tajine met kip, ui, wortelen en frietjes en wandelen dan langs allerlei kraampjes naar de waterpoel. (Ik durf er als enige van de groep eventjes in te zwemmen; ik beperk me wel tot het waden in het water, terwijl stuntmannen van meters hoog in deze kleine waterpoel duiken.)
Na een kleine siësta (en wat café au lait voor sommigen) starten we onze bergwandeling. In de hitte 3 kwartier klimmen. Leuk, maar wel lastig, hoor!! Grappig dat we Hlimou van ver op ons af zien rijden. Het geeft moed om door te gaan.
In het terugrijden passeren we opnieuw in Agadir; Hlimou kan onze smekende ogen niet weerstaan en we eten een lekker Westerse pizza! Twee Marokkaanse vrouwen die Hlimou kent, vergezellen ons aan tafel en ik raak al gauw met hen in gesprek over... (jaja, vrouwen, hé...) kledij. (Hoewel het deze keer dan wel over djellabahs en kaftans gaat.)
De terugrit is wellicht één van de highlights van de reis: allemaal samen zingen we in Hlimous busje luidkeels de grootste (en moeilijkste) hits die we kennen (O Sole Mio, I will always love you...)
Ik vind het waarlijk jammer als we “thuis” aankomen en besef maar al te goed dat het einde van de reis angstwekkend dichtbij komt.

0 reacties:
Een reactie plaatsen